vernis 2012


vernis

Marjan de Visser over vernis en de toepassing van synthetische vernissen bij restauratie van schilderijen, in een reactie op een publicatie door collega’s op het open-forum van de Vereniging Restauratoren Nederland

vernissen

vernissen met Laropal A81 in Shellsol D40/A100

vernis 2012

synthetische vernis

Jill Whitten geeft uitleg over de eigenschappen van diverse synthetische vernissen

Praktijk ervaring over vernis bij restauratie van schilderijen

Mijn vernis praktijk ervaringen die gaan terug tot november 1997. Dat jaar werd het minisymposium ‘Colloquim on varnishes for paintings’ gehouden. René de la Rie die net een maand daarvoor zijn bijzondere leerstoel voor de Chemie van conservering en Restauratie (UvA) had aanvaard gaf een presentatie over ‘An overview of research on natural resin varnishes and synthetic low molecular-weight resin varnishes’. Het maakte diepe indruk op mij. Ook Alan Penix en Jill Whitten gaven een presentatie. Jill sprak over ‘Case studies incorporating new low molecular weight resins’. Aansluitend heb ik toen zoveel mogelijk papers van René verzameld met daarin zijn toelichting en recepturen. Deze papers heb ik vaak aan collega’s aanbevolen, en ze zijn ook regelmatig gekopieerd. Veel tijd heb ik gestopt in het zoeken naar de juiste oplosmiddelen, want er is een verschil tussen de benaming van oplosmiddelen in de VS en in Europa. Ook het vinden van de producten was niet gemakkelijk. Ik weet dat ik de eerste producten pas veel later in Europa kon kopen bij zowel Labshop in Nederland als bij Kremer Pigmente in Duitsland. Jaren later volgde ik de workshop van Jill en Robert in 2010, waar ook René een lezing gaf.  Daar heb ik voor het eerst gehoord van het vernis op basis van Laropa A81. Ook deze kennis heb ik gedeeld met stagiaires en andere restauratoren die op mijn atelier kwamen. Voordat ik Regalrez gebruikte werkte ik veel met Paraloid B72 maar vond net als sommig van mijn collega’s de mogelijkheden beperkt.  Ik gebruikte het voornamelijk als eerste vernislaag, de isolatielaag. Het resultaat vond ik niet altijd bevredigend omdat het de donkere kleuren niet goed kan verzadigd en er een zweem ontstaat. Voor mij was Regalrez 1094 een uitkomst, maar sinds de workshop van Jill en Robert heb ik een grote voorkeur ontwikkeld voor Laropal A81. Deze vernis lijkt inderdaad veel op de glans die Dammar heeft, zoals ook bedoeld was bij de ontwikkeling van dit vernis.

Werkwijze toepassing vernis bij restauratie schilderijen

Mijn huidige werkwijze bij vernissen is afhankelijk van de voorstelling en de benodigde verzadiging.  Veelal breng ik Laropal als eerste laag vernis op en daar overheen een laag Regalrez. Soms wanneer een schilderij lokaal erg matte plekken heeft vernis ik lokaal een Paraloid B72 in xyleen en of Shellsol A100. Voordat ik tot een keuze kom, test ik altijd de verschillende combinaties op het werk zelf, dan zie ik pas echt wat ik kan bereiken. Ik heb een voorkeur voor Laropal wanneer ik een vernis heb afgenomen en een nieuwe laag moet opzetten. Regalrez gebruik ik graag in het oplosmiddel Shellsol T bij grote schilderijen omdat hiermee zeer lang kan worden doorgestreken. In het begin voegde ik Kraton toe aan Regalrez maar vind dat dit vernis een ‘plastic look’ geeft en sinds 2009 jaar gebruik ik het niet meer. Wanneer ik Regalrez matter wil hebben voel ik soms de synthetische was cosmoloid toe, maar meestal geef ik de voorkeur om lang door te strijken totdat de vernis droog is onder mijn kwast. Voor alle typen vernis die ik gebruik heb ik een andere set kwasten hangen in mijn studio. En voor het droog borstelen één speciale dikke borstel.

Het maken van vernis voor de restauratie van schilderijen

Het vernis maak ik meestal kleine hoeveelheden aan, en bewaar mijn potjes in het donker. Het UV filter Tinuvin 292, voeg ik pas toe vlak voor het vernissen. Het liefst maak ik voor ieder werk een nieuwe vernis. Over het opbrengen kan ik zeggen dat voor mij de giftigheid geen echt probleem is. Ik gebruik een afzuiginstallatie en maskers, en heb voor het vernissen een aparte ruimte als dit nodig mocht zijn.

Tinuvin in vernis voor de restauratie van schilderijen

Ik wil nog één opmerking plaatsen over Tinuvin 292. Dit kocht ik als eerste bij Labshop, die leverde het in een bruin pipeteer flesje, later kocht ik het bij Kremer Pigmente, die levert het in glasheldere potten. René of Jill leerde mij dat Tinuvin in het donker bewaard moet worden. Eigenlijk zou Kremer donker glas moeten gebruiken. Zelf zet ik het in mijn chemiekast. Daarbij weet ik zeker dat Jill doceert dat Paraloid B72 geen Tinuvin nodig heeft voor de nodige stabiliteit. Dat kan ik terug vinden op het formulier waarop alle 14 vernissen staan die we tijdens de workshop in 2010 hebben getest. Een opmerkelijk voorval vond tijdens die workshop plaats toen Jill een testbord vond van 6 jaar daarvoor. Daarop was te zien dat de Dammar vernis duidelijk was vergeeld en de Regalrez vernis niet was vergeeld. Zelfs de witte pigmenten had Regalrez beschermd tegen vergeling. Dit was zowel het geval bij het vernis met Tinuvin als zonder Tinuvin. Jill is een enthousiaste dame en ze deelde haar verbazing uitvoerig met ons, wat ik vastlegde op film. Jill en Robert zijn fijne en zeer aandachtige docenten, waar veel van te leren valt.

Marjan de visser

21 juni 2012

Geef een reactie